Koeling
Meer dan de helft van de beschikbare oppervlakte loodsen bestaat uit koeling. Er worden twee soorten onderscheiden:
- Bewaarkoeling:
Deze koeling wordt gebruikt voor witloofwortels (waarop later witloof wordt gekweekt), hardfruit (appelen en peren) en aarbei – en frambozenplanten.
Het hardfruit wint aan kwaliteit door de bewaring in ULO (Ultra Low Oxygen) en het maakt het mogelijk 9 maanden per jaar knapperig Flandria –en Fruitnetfruit aan te voeren.
De plantjes voor het zachtfruit worden in de koeling gezet om het seizoen te kunnen verlengen. Door de koeling wordt de groei vertraagd. Zo slagen we erin in december nog verse aardbeien op de markt te brengen. Witloofwortels worden ingevroren en nadien stukje bij beetje ontdooid. Zo kunnen telers hun hele jaar door mooi en vers witloof leveren en niet enkel meer in de winter.
- Koeling van marktklaar product:
Wanneer de teler producten oogst wordt dit gesorteerd en in de gewenste verpakking aangevoerd. Een eerste koeling vindt reeds plaats op het bedrijf van de producent. Eens de producten op de veiling komt wordt het na keuring direct terug gekoeld. Hiervoor zijn er verschillende cellen voorzien met variërende temperaturen. Zo krijgt elk product zijn ideale koeling. Dit bevordert uiteraard de versheid van de producten. Het product gaat aldus gekoeld op de (koel)transporten van de koper.
|